BeMine

Avonturenberg

Voor meer info gelieve Toerisme Beringen te contacteren:

+32 (0)11 42 15 52 
toerisme@beringen.be


Avonturenberg

Avonturenberg

De Stad Beringen zorgt voor een recreatieve ontwikkeling van de kleine terril van be-MINE, en dat onder de noemer ‘Avonturenberg’.

Wandelen, klimmen en spelen

Aan de noordelijke zijde van de terril komt, aansluitend bij het Sporenpark, een vlonderpad over de wadi’s. Dit pad brengt de bezoekers tot aan de voet van de mijnterril. Hier krijg je de keuze tussen een aantal paden en trajecten richting top. Naast wandelpaden en trappen komen er speelse en avontuurlijke klim- en klauterconstructies en glijbanen tegen de berghelling.

Info en duiding

Aan de voet van de terril, tegen de helling en op de top komen expoplateaus die fungeren als rust- en duidingspunten. Op deze plateaus vind je infomodules die op een aanschouwelijke en interactieve manier het verhaal brengen van de terrils en koolmijnen in Limburg. Zo krijg je als wandelaar een beter zicht op de mijnsite en de installaties aan de voet van de terril: de indikkers, de kolenwasserij, ...

Mountainbikepiste

Mountainbikers vinden aan de noordoostelijke zijde toegang tot de terril, met een permanent traject voor recreanten en gevorderden. Dit MTB-traject sluit aan op het toeristisch fietspad en wordt deel van een groter (uit te werken) MTB-netwerk buiten de mijnterril. De organisatie van grotere mountainbikewedstrijden op de mijnterril blijft mogelijk. In dat geval wordt de volledige terril in gebruik genomen. Op termijn kan ook het zuidelijke deel van de terril een verdere recreatieve invulling krijgen. Dit kan als onderdeel van het project be-MINE en aansluitend bij de indoorrecreatie in en rond de oude kolenwasserij. Op de top van de Avonturenberg komt een kunstwerk dat voor een extra dimensie zorgt. Een bijzondere, sobere belichting accentueert de terril in het donker.

De Avonturenberg kende zijn opening op 11 september 2016.

Het verloop van de spectaculaire Avonturenberg.

Met dank voor de foto's aan © Jonathan Vaes, © Benoit Meeus, © Marleen Beek